Feeds:
Berichten
Reacties

Jason ‘Nosaj Thing’ Chung brouwt met een rijk pallet aan muziekstromingen een origineel geluid. De Amerikaan houdt evengoed van hiphop als van Chopin. Tijdens zijn passage langs België, op 5 maart in de Nijdrop in Opwijk en de dag erna in de Kreun in Kortrijk, gaf hij Apache wat meer inzicht in hoe zijn kenmerkende muziek tot stand is gekomen. ’I am kind of a geek. Mijn generatie is opgegroeid met pc’s.’

Fans van Beverly Hills 90210 of Melrose Place was het misschien ontgaan, maar sinds een aantal jaar is Los Angeles ook bekend voor zijn bloeiende muziekscène. Niet dankzij de soundtracks voor tienersoaps of bombastische Hollywoodfilms, maar door een handvol producers die soms gecatalogeerd worden onder de noemer ‘glitch-hop’, dan weer als ‘avant-garde beats’ of ook wel als ‘future beats’.

De bekendste exponenten van die nieuwe generatie experimentele beatmakers zijn Flying LotusSamiyam en Gaslamp Killer. Die heren maken tegenwoordig het mooie weer in de Westcoast City met hun combinatie van hiphop en elektronica. Een andere protagonist die eruit springt door zijn onmiskenbare originele sound  is de 25-jarige Jason ‘Nosaj Thing’ Chung.

Zijn vorig jaar uitgebrachte cd Drift klinkt soms bijzonder breekbaar, dan weer waan je je op een hobbelig, ruw maanlandschap of val je ten prooi aan een op hol geslagen, allesverslindend Atari-monster. Zijn sound is bij momenten heel etherisch en speelt met de zwaartekracht. De muziek lijkt afkomstig uit een ander melkwegstelsel maar klinkt tegelijkertijd heel vertrouwd. Invloeden uit verschillende genres worden door elkaar verweven tot een geheel dat moeilijk in één vakje onder te brengen is.

“Laten we het elektronische muziek noemen, waarbij hiphop mijn vertrekpunt is. Hiphop was altijd een rode draad door mijn jeugd. Op mijn dertiende begon ik muziek te maken en ik droomde ervan de nieuwe mainstream hiphopproducer te worden, zoals Pharell of Timbaland. Toen vrienden me meenamen naar een rave party, maakte ik kennis met drum ‘n’ bass en house. Eind de jaren negentig ontdekte ik via de onlinemuziekdienst Napster heel wat artiesten zoals Aphex Twin, Otto Von Schirach, Venetian Snares en het Warp label. In diezelfde periode luisterde ik ook naar punk en indierockgroepen uit LA zoals Mika Miko en Abe Vigoda. Die scène concentreerde zich vooral rond de club The Smell in downtown LA. Het is de DIY-mentaliteit (Do-It-Yourself) van die scène die me ertoe aangezet heeft om te beginnen te experimenteren met muziek. Ik wou niet langer een mainstream producer worden. Ik wou vooral mezelf uitdrukken via mijn muziek. Vanaf dan ben ik mijn eigen weg beginnen te zoeken op basis van al die verschillende invloeden.”

Lees het volledige interview.

Jan Van Biesen - © VRT - Tom Cornille

Al tien jaar lang gidst Switch, het elektronicaprogramma van Studio Brussel, de liefhebbers van de betere beats en bleeps door de weekendnachten. Tien jaar, een eeuwigheid in radioland. Jan Van Biesen, geestelijke vader van Switch, over elektronische muziek, radio maken en de rol van het internet.

Door Ben De Kock

Bij de oudere papa’s en mama’s gaat ongetwijfeld een belletje rinkelen bij het het horen van de naam Teknoville. De voorloper van Switch vulde vanaf 1993 elke vrijdagavond gedurende tweeënhalf uur de ether met house- en technomuziek. Teknoville ontstond toen Studio Brussel nog elke avond een ander genre programmeerde: zo was er Metalopolis voor de metalheads, Bluestown voor de bluesliefhebbers en Soulstreet voor de soul addicts.

Van Biesen herinnert zich die periode nog levendig: “Techno was in het begin van de jaren negentig aan een enorme opmars bezig. Rudy Victor Ackaert kwam met het idee om er een programma aan te wijden en Teknoville was geboren. Het programma heeft een belangrijke rol gespeeld in de democratisering van techno in Vlaanderen. Met Teknoville kreeg de elektronische muziek die in de clubs werd gespeeld nationale weerklank. Het was niet vanzelfsprekend om binnen de nationale omroep zo’n programma op te starten. Zo hadden we in de beginfase geen degelijke Technics-pick-ups om de platen te mixen, zat de presentatie helemaal niet goed en moest alles gemixt worden door de technici hier in huis. Met vallen en opstaan is het een degelijk programma geworden, en dat is vooral de verdienste van Rudy, die bleef doorzetten.”

Lees het volledige interview.

Het zijn interessante tijden voor een student journalistiek. Terwijl de redacties van de klassieke media worstelen met zware herstructureringen, lijkt Geert Buelens vierdelig kerstessay in De Standaard eindelijk enige discussie los te weken in Vlaanderen over de rol van de media. Dat is op zich al een hele verdienste want eerdere publieke aanzetten tot kritische reflectie over de vierde macht werden ofwel met de mantel der liefde bedekt ofwel gewoon doodgezwegen.

Sommige pogingen tot mediakritiek vormen zelf een gemakkelijk onderwerp voor kritiek. Zo uitte Bert Anciaux zijn bedenkingen bij de berichtgeving over het drama in Loskbergen. Maar zijn niet zo subtiele woordkeuze- ‘De perversie waarmee de media zich als hongerige en nietsontziende maden voeden aan de letterlijke en figuurlijke lijken’- maakte hem tot een dankbare schietschijf. Andere kritiek wordt van tafel geveegd omdat ze uit bepaalde hoek komt. Het boek ‘Media & journalistiek in Vlaanderen’ wordt grotendeels door de media genegeerd verwijzend naar de achtergrond van de intitiatiefnemers. Zo wordt het kind met het badwater weggegooid, wat een spijtige zaak is voor een aantal kwaliteitsvolle bijdragen in het boek.

Flat Earth News‘, het spraakmakende boek van de Britse onderzoeksjournalist Nick Davies over de commercialisering van zijn beroep, kwam nauwelijks aan bod in onze traditionele media. Onterecht volgens BBC-boegbeeld John Humphrys:‘If you read newspapers, you MUST read this book.’ De Vlaamse media daarentegen gaan ervan uit dat hun kijkers, luisteraars en lezers niet geïnteresseerd zijn in deze problematiek.Uit onderzoek blijkt nochtans dat bijna 60% van de Belgen een eerder zwak of geen enkel vertrouwen heeft in de media.

De Standaard heeft het blijkbaar begrepen en mengde zich meermaals in het debat. Tegelijk hield dat de krant niet tegen om in de zaak Ronald Janssen haar grenzen inzake deontologie te verleggen. Dat de mediagebruikers wel degelijk bekommerd zijn met het afglijden van de media richting sensatie blijkt uit de talrijke reacties op hun internetfora. Ook de minister van Media liet zich niet onbetuigd in de discussie. De aanzet is gegeven, maar een maand na Buelens’ essay verloopt het debat nog steeds chaotisch en is het nog niet tot een rondetafelgesprek of concrete beslissingen gekomen. Voorlopig zijn het vooral gespecialiseerde websites en bloggers die de druk op de ketel blijven opvoeren met diepgravende artikels -bijvoorbeeld het stuk dat de verwevenheid van Belga met de Vlaamse media blootlegt- die nooit de pagina’s van de traditionele media zouden halen. Intussen toont de recente participatie van De Vijver, de holding boven Woestijnvis, in Humo aan dat de concentratietrend in de Vlaamse media zich doorzet. ‘Onafhankelijk weekblad’ Humo als schoothond van Woestijnvis, benieuwd of hij veel zal blaffen.

De Franstalige krant ‘La Libre Belgique’ pakte eind vorig jaar uit met de vaststelling dat het dossier-BHV de Belgen geen moer kan schelen. Die vaststelling gebeurde op basis van een peiling door het bureau Ipsos. ‘De Werktitel’ onderzocht de cijfers van de peiling en stelde vast dat ‘La Libre’ wel heel creatief en selectief interpreteerde.

Op 28 december 2009 publiceerde La Libre Belgique op haar website het artikel ‘Bruxelles-Hal-Vilvorde, rien à cirer…‘. In de krant staat wat meer cijfermatige informatie, maar de teneur is dezelfde. Ons onderzoek vertrekt weliswaar vanuit de online berichtgeving. La Libre vatte bondig de gevoerde peiling samen. Als belangrijkste conclusies worden in het artikel opgesomd:

  • Het communautaire vormt geen prioriteit (meer) voor de bevolking en
  • Yves Leterme geniet niet het vertrouwen van de meerderheid van het volk.

Representativiteit

Het eerste pijnpunt van deze ’sondage’ is de omschrijving van de bevolking. In het online artikel wordt nergens vermeld hoeveel mensen bevraagd werden, noch op basis van welke criteria het panel uitgekozen werd. Er rijzen dus heel wat vragen over de representativiteit van die studie. Welk percentage van de bevraagde personen zijn mannen, welk percentage zijn vrouwen? Uit welke leeftijdscategorieën komen de respondenten? Zijn alle opleidingsniveaus goed vertegenwoordigd? Welke foutenmarge wordt toegepast? Hoe hoog is de non-respons? Hoe werden deze mensen bevraagd: online, telefonisch, op straat?

Ook de vraagstelling kan een invloed uitoefenen op de resultaten. Werd de respondenten gevraagd om te antwoorden op ‘ja-neen’-vragen of op een vijfpuntenschaal gaande van ‘helemaal oneens-oneens’ over ‘neutraal’ tot ‘eens’ en ‘helemaal eens’? Ook hierover is geen informatie terug te vinden in het artikel, noch welk bureau dit onderzoek heeft uitgevoerd.

Verrassing

Los van die tekortkomingen zijn er nog een aantal bedenkingen te maken over dit artikel. Eén van de vragen luidt ‘Que pensez-vous du dossier Bruxelles-Hal-Vilvoorde?’ Het antwoord hierop is volgens de auteur dé verrassing van de enquête: nauwelijks 35 procent van de Vlamingen beoordeelt de splitsing van BHV als prioritair; 40 procent beschouwt het als ’secondaire’. Wat ’secondaire’ precies inhoudt, wordt niet uitgelegd.

‘Secondaire’ in de zin van ‘verwaarloosbaar’ of in de betekenis van ‘het komt op de tweede plaats vóór andere zaken zoals economie, tewerkstelling et cetera’? Als de tweede interpretatie wordt toegepast, komen we toch aan een totaal van 75 procent van Vlamingen die vinden dat het dossier opgelost moet worden. Een conclusie die haaks staat op de titel ‘Bruxelles-Hal-Vilvoorde: rien à cirer…’, vrij vertaald als ‘BHV: ik lig er niet wakker van’.

Lees het volledig artikel

Peter Van Hoesen @ Labyrinth festival 2009, Japan

Peter Van Hoesen bespeelt de dansvloer van Londen tot Tokio, hij runt zijn eigen label Time To Express, zijn producties worden wereldwijd geprezen en in maart 2010 verschijnt zijn eerste full album. Een gesprek over techno, de ideale track, poen scheppen met dj-sets en passie voor muziek.

Al op jonge leeftijd werd Peter Van Hoesen gebeten door de microbe : Telex’ optreden op het Eurovisiesongfestival in 1980 maakte een onuitwisbare indruk. Marc Moulins band bracht toen het toepasselijk genaamde ‘Euro-Vision’: een volledig elektronisch nummer gespeeld op synthesizer, wat toen behoorlijk ongehoord was. Dat België daarmee in de staart van het peloton eindigde, verhinderde niet dat Van Hoesen zijn besluit vaststond om ook elektronische muziek te maken. Na tal van muzikale omzwervingen als orgelspeler, basgitarist en tenslotte gitarist verhuisde hij naar Brussel en begon alleen muziek te maken. In 1998 richtte hij met een vriend het Fotoncollectief op ter ondersteuning van hun audiovisuele installaties, performances, feestjes, cd- en dvd-releases en workshops. Intussen experimenteerde hij erop los met zijn soloproject Object en zette hij onder het alter ego DJ Vanno de Brusselse Essential-feestjes op poten. Na uitstapjes in breakbeats en dubstep besliste hij in 2006 om terug te keren naar zijn muzikale roots: techno.

Lees het volledige interview hier

Het probleem van de dakloze Roma in Gent blijft de gemoederen beroeren. Het was deze week voorpaginanieuws in de Gentenaar . Maar het is al langer een prangend probleem voor onder andere Huize Triest – Gemeenschapshuis Tabor dat al jaren aandacht vraagt voor de gebrekkige opvang van daklozen in het algemeen en voor de Romagroep in het bijzonder.

U heeft waarschijnlijk met ongeloof de beelden gezien van de Roma die in de sloppenwijk vlakbij het Rabot wonen. Al een aantal maanden overleven ze in de verwaarloosde volkstuintjes in erbarmelijke omstandigheden. De problematiek is echter niet nieuw. Huize Triest-gemeenschapshuis Tabor dat acute nachtopvang biedt aan daklozen en vluchtelingen wordt de laatste maanden overspoeld. Daarbij zijn heel wat jonge Belgische daklozen maar ook heel wat Oost-Europese Roma. Wij interviewden Werner Van de Weghe, coördinator Huize Triest – gemeenschapshuis Tabor voor wat meer achtergrondinformatie rond deze complexe materie.

Werner Van de Weghe: “De laatste maanden worden we overspoeld met daklozen in Gent. Daarbij onderscheiden we twee grote groepen: eerst en vooral jonge daklozen tussen 20 en 35 jaar die in geen enkel project op lange termijn passen. Daarnaast merken we ook een grote groep nieuwe Europeanen. Meer bepaald Roma gezinnen uit Oost-Slowakije.

Deze week lazen wij dan ook met verbazing de berichtgeving in de kranten die het over Roemeense Roma had in de Wondelgemse Meersen. Wij kennen die mensen, ze komen al 8 maanden hier douchen, eten en ook op regelmatige basis slapen.”

Wat vond u dan bizar aan de berichtgeving?

Werner Van de Weghe: “Wat me vooral stoort, is dat de media alle Roma mensen over dezelfde kam scheren terwijl de realiteit heel wat genuanceerder is. De groep Roemeense Roma in de Wondelgemse Meersen is slechts een kleine groep en staat zeker niet borg voor de grote groep Roma uit Oost-Slowakije die we hier in onze stad kennen. Deze laatste groep wil zich echt integreren in Gent. Dit zijn geen zigeuners, als die mensen hier werk vinden, vestigen ze zich. De Roemeense Roma daarentegen trekken rond; ik vind dat een fundamenteel verschil.”

Hoe is de toestand momenteel in het gemeenschapshuis?

Werner Van de Weghe: “De instroom die wij op dit moment kennen aan daklozen, Belgen en niet-Belgen, Roma uit Oost-Slowakije en Roemenië, kunnen wij niet meer aan. We hebben onvoldoende middelen, mensen en capaciteit. De voorbije nacht bijvoorbeeld hebben hier 46 mensen de nacht doorgebracht terwijl we slechts over 16 bedden beschikken. Ik ken meer dan 30 gezinnen in Gent die overleven in kraakpanden zonder electriciteit of verwarming. De winter staat voor de deur, het is het eerste jaar dat wij het zo extreem ervaren.”

Hoe ziet u een mogelijke oplossing voor het probleem?

Werner Van de Weghe: “De Slowaakse roma zijn eigenlijk de verschoppelingen van Europa. Het grote probleem van de Oost-Slowaakse Roma in zit in hun thuisland. Ze zijn daar het slachtoffer van extreem racisme en mensonwaardige toestanden. Niemand ontvlucht zijn land voor zijn plezier..”

Wij vroegen ook Karin Temmerman, schepen van Stadsontwikkeling, Mobiliteit en Wonen bij Stad Gent naar een reactie.

Wat kan stad Gent doen voor deze mensen?

Karin Temmerman: “Wij hebben verschillende initiatieven: wij proberen hen naar het OCMW te leiden en ervan te overtuigen hun kinderen naar school te sturen. Verder hebben we hebben ook contracten met bijvoorbeeld de wijkgezondheidscentra zodat de mensen daar terecht kunnen voor dringende medische hulp. We werken ook samen met verschillende opvangcentra en KRAS, de Gentse koepel van armoedewerkingen.”

Ook zij ziet een oplossing op Europees vlak.

Karin Temmerman: “Het probleem is dat deze mensen zeer zwaar gediscrimineerd worden in hun land van herkomst en dat elke situatie hier blijkbaar beter is dan de situatie waar ze zich daar in bevinden. Daar moet absoluut iets gedaan worden. De enige instantie die dat echt kan doen is Europa.”

Gentenaar Yannick Van Loo heeft de internationale ukulele-wedstrijd gewonnen. Zijn zelfgeschreven ukulelelied ‘Mighty Ukulele Song’ werd door een een internationale jury en het publiek verkozen uit 60 YouTube-inzendingen. Dat leverde hem niet alleen een uitnodiging op om op het Australische Melbourne Ukulele festival te spelen, hij mag ook Australië rondtrekken met de Ukulele Safari Tour.

De wedstrijd is een initiatief van de Australische muzikanten en ukulele-experts Bosko & Honey. Door wereldwijd wedstrijden en safari’s te organiseren, proberen ze het kleine Hawaïaanse instrument opnieuw populair te maken. Yannick ontmoette het duo vorig jaar voor het eerst in Gent.

Yannick Van Loo: ‘Ik heb Bosko & Honey in 2008 ontmoet  in Gent toen ze een interview kwamen afnemen van een vriend-ukulelespeler. Ik ben met hen in contact gebleven. Via Facebook vernam ik dan dat er een wedstrijd werd georganiseerd en besloot ik deel te nemen.’

PB045262

Yannick Van Loo

Gentenaar bespeelt Hawaïaans instrument

Yannick speelt zowel gitaar als ukulele, maar het is vooral dit laatste instrument dat zijn voorkeur wegdraagt.

 

Yannick Van Loo: ‘Ik heb ukulele ontdekt een viertal jaar geleden toen ik in een straatmuziekensemble speelde. Ik vond het steeds interessanter en toffer en ben de roots ervan gaan opzoeken. Het is een fantastisch instrument met een aparte sound waar ik volledig verliefd ben op geworden. De laatste twee jaar gebruik ik bijna uitsluitend mijn ukulele om songs te schrijven.’

Hij omschrijft zijn stijl als ‘popmuziek, geïnspireerd door franse chanson en oude muziek maar met een hoekje af’. Zijn belangrijkste invloeden gaan van Tom Waits over franse chanson tot –hoe kan het ook anders- de Hawaïaan Jack Johnson.

De toekomst

Intussen zit Yannick niet stil, na de Australische tournee stelt hij z’n nieuwe CD voor.

Yannick Van Loo: ‘Kort na de tournee heb ik de cd release met mijn band Les Mecs du Nord. De cd ‘Carbonade Flamande’ komt uit in het voorjaar 2010 en daar is nog wat werk aan. Ik kijk er enorm hard naar uit.’

The Mighty Ukulele Song video

Ukele Safari Wesbite